Uitgangspunten van de school

In onze stressvrije methodeschool worden een aantal uitgangspunten gehanteerd die terugkomen in de opzet van het lessenrooster en de schoolorganisatie.

1. Ervaringsgericht onderwijs

Kinderen leren de hele dag door. Ze zien, voelen en ervaren het leven om zich heen. Vanuit deze ervaringen ontstaat er een leergierige houding en een vraag naar kennis. Onder de begeleiding van de leerkracht gaan de kinderen samen op zoek naar de antwoorden. De rol van de leerkracht als begeleider en richting gever is hierbij doorslaggevend. Hij/zij behoudt tevens steeds het verticale overzicht over de leerplannen en de te behalen einddoelen.

2. Coöperatieve werking

De ToverWijzer staat voor een coöperatieve werking. Dit toont zich zowel in de werking op schoolniveau, de werking met de ouders, de klaswerking, als op vlak van het leren (coöperatief leren).

Het kringmoment bij het begin van de dag neemt in De ToverWijzer een belangrijke plaats in. De kinderen vertellen over hun ervaringen en wat hen bezighoudt. De leerkrachten nemen uit deze gesprekken thema’s op waarmee ze later, hetzij klassikaal, hetzij individueel, aan de slag gaan.

Tijdens deze kringmomenten wordt reeds vanaf de kleuterklas met de kinderen gefilosofeerd; ‘denken over denken’. Ook de ontwikkeling van sociale en communicatieve vaardigheden staat hierbij centraal; leren luisteren naar elkaar, leren respectvol met elkaar omgaan, leren je mening te formuleren en te reflecteren, leren hoe je met elk woord dat je spreekt je omgeving beïnvloedt, …

3. Zoveel mogelijk stressvrij

Elk kind komt voortdurend in stressvolle situaties terecht. Dit kan je in onze steeds complexer wordende maatschappij niet vermijden. Je kan als school echter wel trachten een zoveel mogelijk stressvrije omgeving te creëren. De sfeer in de school, het stiltemoment, de specifieke organisatie met voor de middag het accent op intellectuele vakken en na de middag het accent op sporten kunstvakken, een herhalingsmoment onder begeleiding van de leerkracht op het einde van de dag zodat de leerlingen ’s avonds geen huiswerk meer hebben, leerkrachten die extra ondersteund en begeleid worden zodat ze zelf zoveel mogelijk stressvrij in de klas kunnen staan,… dragen bij tot een veilige, warme en aangename omgeving.

Ondanks dit alles zal een kind echter nog steeds stress ervaren in verschillende situaties. Hierbij is echter vooral belangrijk dat deze stress zich niet vastzet in het lichaam van het kind. Door de leerlingen de transcendente meditatie-techniek te leren, geef je hen een krachtige tool om stressvrij, met andere woorden open en leergierig door het leven te gaan

Wij nemen hierbij de raad van De Hoge Gezondheidsraad zeer ter harte, die eind september 2017 nog opriep om leerlingen reeds in de basisschool te leren omgaan met stress. (Zie artikel: http://www.standaard.be/cnt/dmf20170927_03099555 )

4. Accent zowel op intellect als op creativiteit

Ook in de organisatie van het lessenrooster ligt het accent op het ontwikkelen van beide hersenhelften tegelijkertijd en specifiek op de ontwikkeling van de coherentie tussen de verschillende hersendelen.

Voor de middag ligt het accent vooral op het intellect: rekenen, taal, Frans, spelling, schrijven, lezen en  WO. De leerstof wordt waar mogelijk in blokken gegeven om versnippering in de leerstof tegen te gaan.

Voor rekenen, taal, Frans, spelling en WO gebruiken we methodes, die de leerlingen individueel en/of voor een deel in groep doorwerken, begeleid naar gelang individuele noden, op hun eigen tempo, met de nodige aanpassingen en uitbreidingen. Deze methodes zijn tools om de leerplandoelen te realiseren en een verticale opbouw te garanderen doorheen de verschillende klassen.

Het leerproces van het kind staat echter steeds centraal en het gebruik van deze methodes wordt steeds aangepast aan de individuele noden van de kinderen.

Na de middag komen de sportvakken en de creatieve vakken aan bod, zoals

LO, muzische vorming, beeldende kunst, dans, toneel en expressie, circus, koor en ambachtelijke workshops.

In de kleuter- en lagere school krijgen de kinderen van al deze vakken een basisaanbod, zodat ze zich na de schooluren of in het middelbaar kunnen gaan specialiseren in die vakken die hen het meeste voldoening geven.

5. Emotionele en sociale vaardigheden

Om in onze steeds complexer wordende samenleving te kunnen functioneren, moeten leerlingen naast intellectueel en communicatief vaardig ook emotioneel- en sociaalvaardig worden. Empathie en kunnen samenwerken zijn immers belangrijke vaardigheden die iedereen nodig heeft om succesvol te zijn.

The World Economic Forum publiceerde volgende lijst met vaardigheden die door werkgevers het belangrijkste worden bevonden in 2015 en in 2020:

 

 

 

 

Bovenaan de lijst staat de vaardigheid complexe problemen kunnen oplossen. Hiervoor dienen onze beide hersenhelften goed samen te kunnen werken en is de ontwikkeling van beide hersenhelften en de coherentie hiertussen van enorm belang.

Creativiteit staat op de derde plaats. Kritisch denken, kunnen samenwerken met anderen, emotionele intelligentie zijn andere belangrijke vaardigheden die leerlingen moeten ontwikkelen.

In onze school staat een brede persoonlijkheidsontwikkeling centraal.

6. Competentie ontwikkelend leren

Niet het leren op zich staat centraal, maar wel wat je doet met wat je geleerd hebt. Het leren moet zichtbaar worden in competent gedrag.

7. De wereld in de klas, de klas in de wereld

Leerlingen wordt een brede maatschappelijke oriëntatie meegegeven zodat hun actieve burgerschapszin wordt bevorderd. Door onder andere uitstappen en klaskampen trekt de klas de wereld in. Tegelijkertijd worden maatschappelijke thema’s die door de leerlingen worden aangebracht, besproken zodat ze in staat worden gesteld gefundamenteerd hun eigen mening te vormen en worden ze begeleid om ook actief hun kennis ten dienste te stellen van onze maatschappij.

Het actuaboek neemt hierin een belangrijke plaats. Elke dag wordt het boek door een andere leerling mee naar huis genomen. Hij/zij kiest een artikel en stelt dit de dag erna voor aan de klasgroep.

8. Multiple intelligentie

In de IQ-tests die tot op heden gebruikelijk zijn, worden vooral taalvaardigheid, rekenen/wiskunde en ruimtelijk inzicht getest, vaak gecombineerd in één test. Is intelligentie enkelvoudig? Of zijn er verschillende betrekkelijk onafhankelijke intellectuele vermogens?

Howard Gardner*, psycholoog en grondlegger van MI, heeft veel kritiek geuit op het ééndimensionaal en technisch gerichte begrip “intelligentie” zoals dat een eeuw geleden werd gedefinieerd (het IQ). Hij omschrijft intelligentie als een bekwaamheid, een vaardigheid die iemand van nature heeft om problemen te benaderen en op te lossen. Hij heeft op basis van onderzoek geconstateerd dat mensen dit op verschillende manieren doen, dat intelligentie zich ook kan ontwikkelen en dat mensen allemaal aspecten benutten van verschillende intelligenties, min of meer tegelijkertijd.

Het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs (CEGO) koppelt in hun kind volgsysteem ook deze verschillende intelligenties aan welbevinden.

De ontwikkeling van deze verschillende intelligenties staat in onze school en in ons evaluatiesysteem centraal. “Intelligentie is niet gelijk aan intelligent gedrag.” Het is op de eerste plaats intelligent gedrag dat je nodig hebt om later in je leven succesvol te kunnen zijn.

9. Leerkracht als rolmodel en begeleider

Aan de rol en voorbeeldfunctie van de leerkracht wordt in de ToverWijzer veel waarde gehecht. Leerlingen kijken naar de leerkrachten en zullen het gedrag van hen gaan imiteren. Als we willen dat de leerlingen vriendelijk, geduldig en behulpzaam zijn, dan kunnen we dat alleen verwachten als de leerkracht het goede voorbeeld geeft.

Van leerkrachten wordt daarom ook verwacht dat zij de transcendente meditatietechniek beoefenen en ze krijgen bovendien constante coaching en begeleiding.

De leerkracht begeleidt de leerlingen op intellectueel, emotioneel en sociaal vlak. Ze zijn emotioneel en communicatievaardig, hebben zicht op de individuele leerstijl van de leerlingen en zorgen voor een breed aanbod van leervormen, zodat de leerlingen worden aangesproken op een voor hen passende manier.

Door na de middag andere deskundigen in te schakelen om de sportvakken en de creatieve vakken te geven, hebben de leerkrachten na de middag ruimte om de lessen van de volgende dag voor te bereiden, te overleggen met elkaar, coaching te volgen of te werken aan administratie.

Wij zijn ervan overtuigd dat de kwaliteit van het onderwijs afhangt van de kwaliteit van de leerkrachten. Door hen een tool te geven om stress te ontladen, door constante coaching aan te bieden en hen ruimte te geven in de namiddag om voor te bereiden, administratief werk te doen of te overleggen, dragen wij tegelijkertijd zorg voor onze leerkrachten, onze leerlingen en de kwaliteit van ons onderwijs.

10. Bieden van maximale structuur en voorspelbaarheid 

Leerlingen zijn erbij gebaat om een duidelijke structuur te hebben en voortdurend goed te weten wat er gebeurt, waarom het gebeurt en wat er vervolgens gaat gebeuren. Zowel in de structuur als in de inhoud van de lessen wordt hieraan veel zorg besteed.

11. Brede school

In de ToverWijzer zijn kinderen van alle godsdiensten welkom. Leren omgaan met mensen van verschillende achtergronden en culturen, en daarin vooral de overeenkomsten tussen de verschillende bevolkingsgroepen leren kennen, is enorm belangrijk in onze multiculturele samenleving. In het vak cultuurbeschouwing komt dit uitgebreid aan bod.

De ToverWijzer als brede school toont zich eveneens in de samenwerking met verschillende sectoren, zoals bijvoorbeeld ART-Tienen, de academie voor muziek, woord, dans en beeldende kunst.

12. Kleinschaligheid

Om onze doelstellingen te bereiken, is kleinschaligheid noodzakelijk. We beperken ons dan ook tot twee graadsklassen in de kleuterschool en drie graadsklassen in de lagere school van telkens maximum 24 leerlingen.

13. Het stiltemoment

Ondanks dat we trachten een zoveel mogelijk stressvrije omgeving te creëren, komen kinderen voortdurend in stressvolle situaties: vriendschapsrelaties, leersituaties, nieuwe ervaringen,… Dit alles maakt dat kinderen voortdurend spanning en druk ervaren.

De Hoge Gezondheidsraad riep eind september 2017 nog op om leerlingen reeds in de basisschool te leren omgaan met stress (zie artikel: http://www.standaard.be/cnt/dmf20170927_03099555).

In de ToverWijzer starten en eindigen we de schooldag met een stiltemoment, waarop de leerlingen al stappend of tekenend gedurende vijf minuten samen de transcendente meditatietechniek beoefenen. Vanaf tien jaar zitten de leerlingen neer en doen ze de techniek gedurende tien minuten.

De transcendente meditatietechniek werkt stress ontladend, ondersteunt de ontwikkeling van het volledig hersenpotentieel en bevordert alfa-golven, waardoor er een toename is van alertheid en concentratie.

Dit alles ondersteunt een optimaal leerproces bij de kinderen en is de reden waarom deze techniek over de hele wereld wordt toegepast in meer dan 700 scholen.

14. Pedagogisch-didactische werkvormen

 

1    Kringronden / Coöperatief leren

Tijdens de kringrondes delen de leerlingen ervaringen met elkaar, brengen thema’s aan die hen bezighouden, stellen vragen, geven elkaar reflectie. Alles mag aan bod komen, op voorwaarde dat het ‘zinvol’ is en dat de anderen er iets van kunnen leren.

Er is een ‘Chief’ die de ronde leidt en een ‘Schrijver’ die het verslag maakt. De leerkracht coördineert mee, intervenieert indien nodig, zorgt voor verdieping als er zich kansen voordoen en legt onderliggende verbanden. De onderwerpen die in de kringrondes naar voor komen, zijn stuk voor stuk leermomenten op zich, maar kunnen ook worden uitgediept in een groter onderzoek of project of kunnen aanzet geven tot een klasuitstap.

 

Kringrondes vormen een ideaal kader voor het ontwikkelen van zowel intellectuele als emotionele, sociale vaardigheden en communicatieve vaardigheden. De kinderen leren zich uitdrukken, leren voor hun mening uitkomen, leren naar elkaar luisteren, leren respectvol met elkaar omgaan, leren omgaan met reflectie en leren hoe je met elk woord dat je spreekt je omgeving beïnvloedt en dit alles in een veilige, respectvolle omgeving onder de deskundigheid en leiding van de leerkracht.

 

2    Klasraad / Schoolraad

Klasraad

Tijdens de klassenraad bespreken de kinderen het wel en wee in de klas en op de school. Er wordt telkens stil gestaan bij wrevels, spinsels en complimenten.

Wrevels: De leerlingen brengen hun wrevels en bespreken dit met elkaar. Ze zoeken samen een oplossing en maken afspraken om te voorkomen dat deze wrevels nog terugkeren. Samen zorgen ze ervoor dat deze afspraken worden nagekomen.

Spinsels: De leerlingen delen spinsels, ideeën met elkaar en bekijken samen wat ervoor nodig is om deze ideeën te realiseren.

Complimenten: De leerlingen geven elkaar complimenten en verwoorden wat zij fijn vinden en waarom.

Alles wordt samengevat en opgeschreven in het Klasraad-boek.

 

Op de klasraad leren de kinderen op een heel natuurlijke, levensechte manier ontzettend veel sociale vaardigheden die ze later als volwassenen voortdurend gaan nodig hebben;

  • Ze leren hun mening formuleren en standpunten beargumenteren, ontwikkelen communicatieve vaardigheden
  • Ze leren naar anderen luisteren en leren anderen begrijpen, ontwikkelen empathisch vermogen
  • Ze leren hoe ze hun eigen verlangens en noden kunnen in overeenstemming brengen met de verlangens en noden van de groep of hoe zich te verzoenen met een meerderheidsstandpunt
  • Ze leren regels en structuur aanbrengen en samen verantwoordelijkheid te dragen voor het nakomen van deze afspraken
  • Ze leren dat niet iedereen over hetzelfde onderwerp dezelfde mening heeft; iedereen heeft zijn eigen normen- en waardensysteem
  • Ze leren reflecteren en omgaan met reflectie
  • Ze leren hoe ze met elk woord dat ze spreken hun omgeving beïnvloeden, dat mensen en situaties veranderbaar zijn, mede door hun inbreng.

 

Schoolraad

Op de schoolraad worden school gebonden thema’s besproken. Van elke klas zijn twee leerlingen als afgevaardigden aanwezig, zodat zowel de leerlingen, de leerkrachten als de directie is vertegenwoordigd in de schoolraad. De leerlingen koppelen de beslissingen en afspraken terug naar de klasgroep. De informatie wordt ook teruggekoppeld aan de ouders.

 

3    Werken volgens het vier sporen onderwijs

Het klassikaal of frontaal lesgeven komt vaak niet tegemoet aan effectief onderwijzen op maat voor iedereen. Het vier sporen onderwijs zorgt ervoor dat leerlingen bij vakken als taal, Frans, rekenen, spelling, schrijven en lezen samen werken, samen leren (coöperatief leren) en tegelijk aan de slag kunnen op hun niveau en volgens hun eigen leerstijl. Ze nemen zélf(bewust) hun leerproces in handen, leren keuzes maken in een veilig klasklimaat, leren zichzelf inschatten en kunnen worden ondersteund volgens hun persoonlijke noden en behoeften.

Wekelijks wordt de leerstof die die week behandeld wordt, gekaderd in het geheel en visueel overlopen in de handboeken.

Elke leerling schrijft zich, op zijn weekplanning, in in de groep waarbij hij zichzelf inschat en de leerstof wil verwerken. Wanneer ze aan een lesonderwerp zijn begonnen, kleuren ze de startknop op hun weekplanning groen. Als ze klaar zijn kleuren ze de stopknop rood. Zo wordt het visueel duidelijk zichtbaar gemaakt en kunnen de leerlingen in hun vrije werktijd volledig zelfstandig aan de slag.

Elke les wordt samen met de leerkracht geëvalueerd. ‘Heb ik me juist ingeschat? Is de leerstof gekend? Is er remediëring nodig?’

 

Groep 1

Volgt de instructie en krijgt een verlengde instructie.

Maakt samen met de leerkracht (beperkte) basisoefeningen.

Groep 2

Volgt de instructie

Gaat nadien zelfstandig aan het werk en maakt de basisoefeningen.

Groep 3

Verwerkt de instructie zelfstandig (stappenplan, filmpje, theorieboekje, …)

Maakt de oefeningen zelfstandig.

Groep 4

Deze leerlingen hebben geen moeite met het leerstofonderdeel en volgen een apart traject (vaak leerlingen met een leervoorsprong).

Deze manier van werken bevordert de zelfstandigheid en maakt differentiëren dankbaar. Bovendien kunnen de kinderen op eigen tempo en niveau aan de slag gaan en kunnen ze ook van elkaar leren.

De leerkracht behoudt steeds het overzicht op de leerplannen en de ontwikkelingsdoelen.

Het zelfstandig werken met de weekplanning wordt procesmatig aangeleerd en begeleid. Leerlingen uit de eerste graad hebben hierbij nog volledige begeleiding nodig. Leerlingen van de tweede en derde graad kunnen er reeds zelfstandig mee aan de slag.

4    Vakoverschrijdend en klasoverschrijdend werken

In de ToverWijzer vervagen de grenzen tussen de verschillende vakken en de klassen. Ook de grens tussen kleuterschool en eerste leerjaar is in onze school veel flexibeler. Er zijn immers kleuters die al kunnen lezen in de laatste kleuterklas. Werken volgens leerniveau houdt ook hier in dat deze leerlingen reeds op hun niveau verder les krijgen.

5    Co-teaching

Co-teaching helpt om een krachtige leeromgeving te creëren, niet alleen voor leerlingen, maar ook voor leerkrachten. Verschillen worden als een troef uitgespeeld: leerkrachten vullen elkaar aan met hun eigen talenten en competenties en fungeren als rolmodel voor verbindend leren in de klas. Met twee voor de klas staan biedt meer kansen om te differentiëren, waardoor leerlingen nog beter op niveau kunnen worden begeleid.

6    Differentiatie

Naast specifieke ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, ligt onze deskundigheid ook bij leerlingen met hoogbegaafdheid, hooggevoeligheid en faalangst.

Elk kind heeft een eigen gevoelswereld, een eigen manier van denken en van zich uitdrukken, een eigen fysiologie, een eigen manier van omgaan met anderen en met zichzelf.

Uit onderzoek is gebleken dat iedereen ook een persoonlijke leerstijl heeft of anders gezegd een eigen manier van omgaan met leerstof en leeractiviteiten.  Afhankelijk van iemands persoonlijke voorkeur én de aard van de opdracht zal hij/zij gebruik maken van een bepaalde leerstijl.

Elk kind is verschillend: de één leert uit een boek, de ander leert in een leerkracht gestuurde les, weer een ander moet dingen voelen of erbij rondlopen, dansen of al zingend en sommigen leren door met een groepje iets uit te zoeken.

Hoe breder het aanbod van de leervorm (leerstijl), hoe meer leerlingen er aangesproken worden op een voor hen passende manier.

Binnen de meeste werkvormen die we gebruiken en de methode van het vier sporen onderwijs is de differentiatie als het ware ingebouwd.

 

 

 

 

 

7    Bij het aanbieden van kennis wordt de relatie met het geheel gelegd

Het is voor leerlingen ontzettend belangrijk dat ze weten waarom ze iets leren. Bij alles wat aan leerstof wordt aangereikt, wordt de link gelegd met het grotere geheel, zodat het voor de leerlingen duidelijk wordt waarom het voor hen persoonlijk zinvol is deze materie onder de knie te krijgen, waar ze zich bevinden in het leerproces hiervan en waar ze naartoe werken.

Het geheel wordt zichtbaar gemaakt door bijvoorbeeld het jaaroverzicht van de leerstof visueel voor te stellen in de klas.

8    Heli-time / Huiswerk

Op het einde van de schooldag stijgen de leerlingen onder begeleiding van de leerkracht op met de helikopter om vanuit helikopterperspectief de dag te overlopen en de leerstof van die dag te herhalen. Onder het motto: “Wat je kan uitleggen, dat ken je”, leren de kinderen ook weer ontzettend veel van elkaar.

Door dit (be)geleid herhalingsmoment wordt huiswerk doorgaans overbodig. Huiswerk moet immers altijd zinvol zijn. Onder zinvol huiswerk verstaan wij vooral automatisering van bijvoorbeeld maal- en deeltafels, lezen, Frans, woordpakketten…

9    Universele principes

De leerlingen krijgen, bovenop het gewone lessenpakket, eveneens les in zestien holistische principes die terugkomen in alle lagen van de samenleving, in alle vakken die ze studeren en in alle relaties die ze aangaan. Enkele voorbeelden: alles groeit, orde is overal aanwezig, alles is opgebouwd uit lagen, het geheel is groter dan de som van de delen…

Op een speelse, eenvoudige manier leren de kinderen relaties te zien tussen al de dingen die ze leren en hun eigen groei. Ze ervaren zichzelf steeds meer als geheel en tevens als deel uitmakend van een groter geheel.

10    Immersie

Wij geloven in een heel ervaringsgerichte, praktische aanpak wat talen betreft. Door enkele van de kunst- of sportvakken wekelijks in het Frans of Engels aan te bieden en dit reeds vanaf de kleuterschool, leren de leerlingen al spelenderwijs de basisvocabulaire en basisgrammatica van deze taal.

11     Zinvolle leerstof aangepast aan de tijd

In de 20e eeuw was het doel van onderwijs voornamelijk kinderen kennis bij te brengen. In de 21e eeuw komen er een groot aantal vaardigheden bij die kinderen nodig hebben om in onze steeds complexer wordende maatschappij te kunnen functioneren. Bepaalde basiskennis is nog steeds belangrijk om kinderen mee te geven, maar de leerstof moet wel zinvol zijn en aangepast aan de tijd waarin we leven, waar kennis alomtegenwoordig is via internet.

 12     Vrije teksten / Boekpresentaties / Schoolkrant ‘ToverNieuws’

 13      Workshops

Elke week op vrijdagnamiddag krijgen de leerlingen van de lagere school ambachtelijke workshops, de kleuters één keer per maand; bakken, gezonde voeding, metsen, theater, knutselen, een klimparcours bouwen in de tuin, tuinieren… Het kunnen eenmalige activiteiten zijn of projecten waaraan meerdere weken wordt gewerkt.

Tijdens deze projecten ontwikkelen de kinderen zowel sociale als creatieve en ambachtelijke vaardigheden.

Er wordt steeds klasoverschrijdend gewerkt.

14     Onderzoeken / projectwerking

 15     Forum / Toonmoment

Een leerproces bestaat altijd uit drie fasen; de analytische fase, de synthese-fase en de integratiefase. In de analytische fase gaat het kind doorheen de informatie, waar nodig begeleid door de leerkracht. In de synthese-fase wordt de leerstof ‘samen-gevat’. De derde fase, de integratiefase, wordt echter vaak overgeslagen. In deze fase geeft het kind expressie aan wat het heeft geleerd. Dit kan zijn in de vorm van een presentatie, een kunstwerk, een lied, een tekst, in beweging…

Op het wekelijks toonmoment op vrijdagnamiddag en het maandelijks forum voor ouders, grootouders, broers en zussen… tonen de kinderen wat ze geleerd hebben op een eigen, individuele manier.